Decreet "Open Scholen" als mogelijke oplossing voor tekort aan sportinfrastructuur
Een gebrek aan moderne faciliteiten in de schoolinfrastructuur blijft een zorgwekkend obstakel voor veel sportclubs. Ongeveer veertig procent van hen worstelt met het aantrekken van nieuwe leden vanwege ontoereikende accommodaties. Gelijktijdig wijst evenveel trainers op de veroudering van hun huidige voorzieningen, waarvan de renovatie dringend nodig is. Dit resulteert in wachtlijsten en in sommige gevallen zelfs het instellen van ledenstops bij verschillende sportclubs.
Het probleem gaat echter verder dan een gebrek aan trainers; er is ook een schrijnend tekort aan sportinfrastructuur dat Vlaamse sportclubs belemmert, zoals blijkt uit een enquête uitgevoerd door de Vlaamse Sportfederatie, de overkoepelende organisatie van sportfederaties in Vlaanderen.
De Sportfederatie benadrukt dat meer dan 1,4 miljoen Vlamingen momenteel lid zijn van een sportclub, een aantal dat nog steeds stijgt. Hoewel dit een positieve ontwikkeling is, waarschuwt CEO Pieter Hoof dat de accommodaties niet gelijke tred houden met deze groei. "In de afgelopen 10 jaar is het aantal sporters dat zich bij een Vlaamse sportclub heeft aangesloten met meer dan 13 procent gestegen, maar de infrastructuur is niet voldoende meegegroeid. Naar schatting is de helft van de huidige infrastructuur gebouwd in de jaren '70 of zelfs nog eerder."
Zowel binnen- als buitensporten, zowel populaire als meer nicheactiviteiten, botsen op hun grenzen. Terwijl de traditionele kantine misschien nostalgische charme heeft, ontvangt geen enkele voetbalclub anno 2024 zijn jeugdspelers graag in een kleedkamer die rechtstreeks uit een nostalgische televisieserie lijkt te komen. Dit probleem wordt bevestigd door verschillende sportclubs.
Er zijn nog steeds te veel clubs die wanhopig op zoek zijn naar geschikte faciliteiten voor weekendactiviteiten, terwijl de school om de hoek een uitstekende turnzaal heeft die in het weekend nauwelijks wordt gebruikt
De Vlaamse Sportfederatie pleit voor structureel verhoogde financiering "om dit probleem op lange termijn aan te pakken". Ze kijken daarbij naar de Vlaamse overheid en lokale besturen, maar benadrukken ook de potentiële rol van publiek-private samenwerkingen. "De meeste clubs zijn zelf geen eigenaar van de infrastructuur die zij gebruiken. Van de clubs die wél eigenaar zijn, heeft 60 procent niet genoeg middelen om de noodzakelijke renovaties uit te voeren."
Hulp van scholen
Vlaams minister van Sport Ben Weyts (N-VA) stelt dat het sportbudget deze regeerperiode met een derde werd verhoogd. “Specifiek voor sportinfrastructuur hebben we een ‘Sportspurt’ ingezet ter waarde van 185 miljoen euro: een indrukwekkende inhaalbeweging.” De minister begrijpt dat de oefening nog niet is afgerond. “Het zal nodig zijn om dit door te zetten in de volgende regeerperiode, zodat het sportbudget kan blijven groeien.”
Samenwerking met scholen kan een alternatieve oplossing bieden. Eind november werd het Decreet "Open Scholen" goedgekeurd, wat scholen verplicht om hun infrastructuur buiten de schooluren open te stellen voor buurtbewoners en verenigingen zoals sportclubs. "Er zijn nog steeds te veel clubs die wanhopig op zoek zijn naar geschikte faciliteiten voor weekendactiviteiten, terwijl de school om de hoek een uitstekende turnzaal heeft die in het weekend nauwelijks wordt gebruikt", merkt Vlaams minister van Sport Ben Weyts (N-VA) op.
Uit de enquête van de Vlaamse Sportfederatie blijkt dat 64 procent van de sportclubs gebruik wil maken van schoolgebouwen. CEO Pieter Hoof dringt er daarom op aan dat clubs vanaf het begin worden betrokken bij infrastructuurwerken aan schoolgebouwen. "Het zou zonde zijn als nieuwe of gerenoveerde schoolsportinfrastructuur uiteindelijk ongeschikt blijkt te zijn voor activiteiten van lokale sportclubs, bijvoorbeeld vanwege onjuiste afmetingen."