Hygiënisch schoolsanitair is ook de verantwoordelijkheid van de leerlingen
Proper en modern sanitair is vooreerst een kwestie van geld. Zo merkt Stefaan Dejonghe dat de scholen met de meeste middelen zich het snelst hebben aangepast. “Vorig jaar voerden we nochtans in onze GO!-school een renovatie warm/droog/proper door om de basiskwaliteit te garanderen, maar het sanitair werd genegeerd hoewel het zo oud is als het gebouw”, stelt Ine Vanmoortel. “Het werd niet gerenoveerd, hoewel de deuren in de foute richting openen”, beaamt Véronique Langlois.
“De overheid beschouwde sanitair los van andere dossiers. Toen jongens en meisjes samen in gemengde scholen belandden, werd het aangepast”, signaleert Gialt Latte. Hans Leen vindt het heel belangrijk om de subsidies te kennen om een budget te kunnen voorzien. “Men redeneert ook dat leerlingen niet lang op een school zitten”, schat Peter Van Severen in, maar Hans ziet sommigen 15 jaar lang vijf dagen per week naar dezelfde school gaan. “De overheid heeft nood aan een draagvlak. Is het welbevinden van kinderen dan niet belangrijk genoeg?”, vraagt hij zich af. “Sanitaire ingrepen brengen op termijn geld op, maar daar kan een overheid niet mee uitpakken. Ze denkt: mensen moeten zich veilig en welvarend voelen; of ze zich gezond moeten voelen, is iets anders”, weet Yves Demaertelaere. “Onze jongeren dragen nochtans binnen 25 jaar bij tot onze welvaart”, beseft Hans.
“Uit onze enquête bleek dat liefst zeven op de tien leerlingen het ophouden”, meldt Véronique Langlois. Volgens Stefaan drinken sommigen niet op school om niet naar het toilet te moeten. “Een uroloog zei me echter dat we waarschijnlijk het beeld moeten bijstellen dat sanitair iets vies is. Het kan oud zijn en toch proper. Hij wees ook op een goede handhygiëne”, oppert Yves. “Om te weten of proper ogende toiletten dat ook zijn, moet je al stalen nemen”, weet Christine Van der Heyden.
Het toiletcomfort is gemiddeld ondermaats en mensen pikken dat niet meer

Yves Demaertelaere, Bestuurder bij Broeders van Liefde
Volgens Yves hebben gezondheid en welbevinden een prijs, maar dragen ze ook bij tot meer duurzaamheid; kijk maar naar wat de maatschappij uitgeeft aan mensen met darmkwalen en problemen aan de urinewegen. “Sommige leerlingen zitten ook niet comfortabel op schooltoiletten, horen er onsmakelijke geluiden, vinden opengescheurde zakjes maandverband,, … Kortom, ze voelen zich niet op hun gemak. Hierdoor willen ze soms niet meer naar school, kweken ze stress en kunnen ze zich minder concentreren op de leerinhoud. Degelijk schoolsanitair draagt dus ontegensprekelijk bij tot beter presteren. We moeten durven nadenken over privacy- en welzijnsnormen”, bezweert hij. “Slecht onderhouden sanitair kan de ontwikkeling en mentale toestand van leerlingen en hun welbevinden op school inderdaad remmen. Daarvan bestaan vele voorbeelden”, erkent Hans.
Dit artikel maakt deel uit van de Ronde Tafel Sanitair in schoolgebouwen
Helikoptertje
“Meisjes spelen vaak helikoptertje of leggen wc-papier op de bril. Ik meed vroeger ook een vreemd toilet uit schroom”, weet Liselot Lemaitre. Op dit thema rust volgens Philippe Joosten vaak nog een taboe. Maar ook de gebrekkige infrastructuur kan parten spelen: Christine moest eens via de open ruimte boven de toiletdeur ontsnappen toen ze merkte dat er geen klink aan de binnenkant zat.
“In coronatijden werden gezondheidsregels opgesteld. Maar wat ben je met het CO2-gehalte als een schoolkind niet naar de wc durft gaan?”, vraagt Philippe. “Nu meet een CO2-meter de luchtkwaliteit in elke klas, maar goed verluchten verhoogt ook je welzijn en je leerprestaties”, stelt Stefaan. Peter vraagt ook aandacht voor de manier van neerzitten: “Wie rechtstaand plast, ledigt zijn blaas niet en kan zich bespatten.” Hans juicht toe dat zijn kinderen tijdens de les naar het toilet mogen gaan. “Mijn dochter mocht dat in de Freinetschool ook, maar kreeg hiermee last op de middelbare school. We kunnen ook niet alles vrij laten, want anders zitten de klassen leeg”, beseft Peter. Volgens Philippe hangt veel af van de leeftijd en de school. “We moeten meer mogelijkheden voor toiletbezoek voorzien, maar er bestaat geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid. De vrees dat leerlingen daarmee de les willen ontlopen, bevestigt wel onze stereotiepe visie op onderwijs”, merkt Yves op.
De gesprekspartners zijn het erover eens dat proper sanitair een troef is voor scholen om leerlingen te werven. “Tijdens een opendeurdag toont men je echter wel het chemielokaal en de turnzaal, maar niet de toiletten”, ziet Liselot. “Je mag leerlingen ook zeggen wat je van hen verwacht. Een goede educatie begint alvast thuis. Vroeger gingen we naar het toilet vóór een uitstap. Nu ontbijten vele kinderen zelfs niet en bezoeken ze niet meer de wc vóór schooltijd. En hoeveel mensen zitten thuis niet met krant en smartphone op de wc? Er moet een gedragscode afgesproken worden. Op de toiletbril gaan staan of een wc vuil achterlaten, dat doe je thuis toch ook niet? In sommige scholen staat de toiletborstel vaak op de vensterbank want anders wordt hij voor andere doelen gebruikt. Wat leren we hen dan?”, klaagt Yves. Volgens Conny Monteyne arriveren peuters zelfs op school in hun pamper van de vorige dag. Vele kinderen zijn ook later zindelijk. “Je kan in grote scholen wel niet dezelfde hygiënische netheid verwachten als thuis en een boete geven is moeilijk”, beseft Liselot. “Met gsm-gebruik op het toilet maak je die ruimte alvast niet vuil”, probeert Philippe nog. “Zo daalt de beschikbaarheid wel en toiletten verstoppen als er een gsm in valt”, reageren Christine en Liselot.

Dr. Christine Van der heyden, werkzaam bij het Onderzoekscentrum Health and Water Technology HoGent
Maandverband
“De Nederlandse richtlijn bepaalt dat maandverbandcontainers beschikbaar moeten gesteld worden voor de bovenbouw. Sommige meisjes zijn tegenwoordig echter al op hun twaalfde ongesteld”, weet Christine. “Voor heren met incontinentieproblemen wordt ook een hygiënische container bij enkele toiletten geplaatst”, zegt Philippe. “Als menstruerende meisjes niet naar het toilet durven gaan, schaadt dat hun identiteit”, waarschuwt Liselot. “Onderschat die identiteitsvorming niet. Sommige ongestelde meisjes komen die week zelfs niet naar school”, signaleert Yves. Conny wijst hierbij op de grote cultuurverschillen; er zijn immers steeds meer nationaliteiten op school.
Gratis maandverband op school mag er volgens Liselot niet toe leiden dat meisjes dit zelf niet meer kopen. “Daarom gebruiken meisjes dit nog niet graag. Meestal hebben ze hun eigen producten mee. Scholen kunnen hier echter beter op voorzien zijn”, vindt Yves. Hans wil afspraken hierover tussen ouders, leerkrachten en de school. De vraag is ook of maandverband op school gratis moet zijn.
Stefaan meent dat de toiletten moeten gepoetst worden na elke speeltijd, maar scholen hebben hiervoor niet altijd het personeel en/of het geld. Volgens Conny begint veel met respect voor het eigen poetspersoneel. “Wij nodigen op pedagogische studiedagen ook ons poetspersoneel uit. Tijdens de Dag van het Poetspersoneel vroegen we om hen een complimentje te geven en applaudisseerden we voor hen tijdens de speeltijd. We stellen in september ook elke poetsvrouw voor in de klas. Poetsdames zijn ’s morgens altijd één van de eersten op school. Externe poetsfirma’s daarentegen komen vaak langs buiten de schooluren en hebben geen band met hun werkplek”, merkt Ine. “Ze zien vaak niemand en sturen ook niet altijd dezelfde medewerkers”, duidt Liselot.
Als menstruerende meisjes niet naar het toilet durven gaan, schaadt dat hun identiteit

Liselotte Lemaitre, Cleaning Consultant bij Salubris
Philippe meent ook dat je beter preventieve dan reactieve oplossingen zoekt en respect kweekt voor materieel en personeel. “Identificatie is belangrijk. Zo houden sommige scholen een tekenwedstrijd onder de leerlingen en worden de mooiste tekeningen op de toiletten gehangen, zodat dit hùn toiletten zijn. Onze dispensers in de Ghelamco Arena met het indianenlogo van AA Gent worden ook beter onderhouden”, merkt hij. “We kunnen evolueren naar een automatische spoeling na elk toiletbezoek zodat het risico op verstoppingen kleiner wordt”, stelt Hans. Peter ervaart dat hoe lager geschoold leerlingen zijn hoe meer respect ze hebben voor onderhoud en hygiëne. Leerlingen in het tso hebben vaak ook zelf aan hun schoolsanitair meegewerkt. “Ook up-to-date infrastructuur verhoogt het respect”, ervaart Hans.
“Helaas komt alles uit dezelfde financiële pot. Zo kan het dat een school mooie toiletten heeft, maar onvoldoende poetspersoneel om ze goed te onderhouden”, weet Ine. Yves merkt op dat vroeger (als richtlijn) 25% van de werkingskosten besteed kon worden aan dienst- en onderhoudspersoneel, maar dat die norm is weggevallen. “Nu zitten we boven de 30%. Bovendien worden de werkingsmiddelen voor scholen niet meer geïndexeerd , maar volgen die kosten wel de index”, laakt hij.
Combi-jobs
Liselot merkt dat onderhoudspersoneel vaak een combi-job uitoefent: het schept bv. ook maaltijden uit en ruimt op. Bij nieuwbouw- of renovatiewerken wordt hen doorgaans wel niet gevraagd welke gebruiks- en onderhoudsvriendelijke ingrepen geschikt zijn om het sanitair optimaal te onderhouden. Stefaan meldt dat scholen kunnen aankloppen bij Groep INTRO voor de gesubsidieerde opleiding van onderhoudspersoneel. “Achteraf zijn de cursisten fier dat ze zulke opleiding gevolgd hebben. Ook het Vlaams Instituut Gezond Leven, dat vanuit de wetenschap werkt rond een problematiek, kan bij dit debat betrokken worden”, meent hij. “We hebben filmpjes over healthcare in de vorm van een leercursus”, pikt Philippe hierop in, maar Stefaan nodigt liever een deskundige ter plaatse uit.
Conny noemt schoonmaken een vak en Liselot vindt kwalitatief poetsmateriaal erg belangrijk. Yves breekt een lans voor een sanitair beleidsplan als onderdeel van het schoolwerkplan. Volgens Philippe moet dit gekoppeld worden aan opvoeding in scholen. “Zo leggen wij in stripverhalen uit wanneer je wat doet. De tweede factor is de netheid en het gebruiksgemak van de toiletten”, poneert hij. “Wij halen er in de kleuterklassen soms een kinderverzorgster bij”, pikt Yves hierop in.
Gedrag van leerlingen wordt mee bepaald door hun leeftijd. “De behoeften en de persoonlijke beleving van een achtjarige zijn helemaal anders dan die van een 14-jarige”, oppert Philippe. Gialt kent zelfs scholen die hun toiletten afsluiten wegens te veel agressie en te weinig controle. “Pubers zitten in een moeilijke periode”, erkent Hans. Ook het gendervraagstuk speelt een rol. “Onze toiletten zijn voorlopig nog binair en meisjes voelen zich ook niet altijd veilig met mannelijke testosteronbommen in de buurt. We kunnen er wel een of-verhaal van maken: leerlingen mogen naar een jongens-, meisjes- òf genderneutraal toilet. In een sportschool kan je de wc voor scheidsrechters ook door genderneutrale personen laten gebruiken”, adviseert Yves. “Pubers zijn erg genderdriven, maar we hebben geen plaats of middelen voor genderneutrale toiletten”, weet Ine.