Schoolsanitair heeft nood aan een strategische inplanting en een heldere handleiding
Yves Demaertelaere pleit in eerste instantie voor een meer ergonomische opstelling van het schoolsanitair. “40 tot 50% van onze scholen zijn meer dan honderd jaar oud en zijn ontworpen voor het onderwijs van toen. De toiletten bevinden zich vaak aan de overkant van de speelplaats en er zijn zoveel mogelijk wc’s naast mekaar opgesteld met deuren die onderaan en bovenaan open zijn. Dat was het efficiëntiedenken ten top. Hierdoor hebben leerlingen echter dikwijls enkele minuten nodig om het toilet te bereiken. In scholen met toiletten dichtbij klaslokalen is de toestand beter”, weet hij. Gialt Latte ziet nu wel een evolutie van sanitaire scheidingswanden naar gesloten individuele toiletten, behalve voor kleuters. “We kunnen ook voor een mix van open en gesloten toiletten kiezen”, suggereert hij. Liselot Lemaitre vindt (de optie voor) gesloten toiletten zelfs een primaire behoefte, “want anders hoor je je buur”. “Een beetje privacy is vereist”, erkent Stefaan Dejonghe.
Dat efficiëntiedenken is gewijzigd en Yves wil dan ook de architectuur en het organisatiemodel herdenken. “De inplanting en locatie van schooltoiletten, die vroeger in een hoekje werden weggestopt, moet herbekeken worden. Ik pleit voor kleinere en gespreide blokken van toiletten, die toegankelijker zijn en makkelijker proper kunnen worden gehouden. We kunnen bv. twee toiletten per verdieping voorzien zodat leerlingen snel een toilet bereiken en een stervorm ontwerpen met gecentraliseerde toiletten waar iedereen passeert. We moeten sanitair in een gebouw dichterbij brengen”, beklemtoont hij. Philippe Joosten wijst erop dat dit al in de healthcare-sector het geval is en Véronique Langlois vraagt zich zelfs af of bepaalde gedragsproblemen niet gelieerd zijn aan het feit dat veel sanitair is weggestopt. “Met een onmiddellijk bereikbare sanitaire ruimte tussen twee klaslokalen los je inderdaad al veel op. In klassen staat overigens meestal al een lavabo; die meerkost is dus niet het dubbele”, treedt Andy Schouppe bij. Gialt waarschuwt echter dat als de overheid open scholen wil, die hun sanitair toch weer moeten samenzetten. “Bij een activiteit in de schoolsporthal moet je al mobiele toiletten bijplaatsen om je capaciteit te verhogen”, volgt Stefaan hem.
Daarnaast droomt Yves van natuurlijk verlichte, goed bereikbare en duidelijk zichtbare gemeenschappelijke sanitaire ruimtes met spiegels. Andy wijst erop dat vele oplossingen reeds bestaan, maar nog niet overal bekend zijn. “Zo bieden we spoelrandloze toiletten aan en hebben we toiletbrillen die je eenvoudig losklikt om makkelijker te reinigen”, informeert hij.

Hans Leen, Education & Training Manager bij Geberit
Gaten in de muur
Yves stoort zich ook aan de gaten die sanitaire apparaten achterlaten in muren en faïencetegels en die dan worden opgevuld met kauwgom of papierpropjes. “Kunnen we niet naar een universeel systeem?”, vraagt hij. “Hierover bestaat al enige overeenstemming”, reageert Philippe, maar dat betwijfelt Conny Monteyne: “Als je kiest voor een andere leverancier moeten die oude dispensers van de muur”, weet ze. “Elke dispenser heeft tegenwoordig tientallen voorgeboorde gaatjes, er zijn verticale en horizontale dispensers, toiletrollen zitten netjes in dispensers, enz. Controleer wel regelmatig of er nog voldoende papier is. In vele scholen krijgen leerlingen slechts enkele velletjes mee, meestal omdat ze voordien hele toiletrollen van de trap gooiden”, merkt Philippe.
“We trachten rekening te houden met het sanitair bij nieuwe projecten, maar nog altijd streeft men naar een zo klein mogelijke oppervlakte en weinig daglicht. We doen niet de moeite om toiletten voldoende ruimte te geven en die toestand is niet verbeterd met het pps-programma Scholen van Morgen waarbij de privépartner streefde naar zo goedkoop mogelijke oplossingen”, erkent Gialt. “We maken dezelfde fouten als vijf of tien jaar geleden. De overheid zou beter normen uitvaardigen voor een minimumoppervlakte en de rolstoeltoegankelijkheid van toiletten”, oppert Philippe. Ine Vanmoortel zag zelfs ooit in een school prachtige rolstoeltoiletten waar echter geen rolstoel vlot binnen kon, hoewel daar volgens Peter Vanseveren toch wettelijke bepalingen voor bestaan.
Het toiletcomfort is gemiddeld ondermaats en mensen pikken dat niet meer

Yves Demaertelaere, Bestuurder bij Broeders van Liefde
Yves stelt ook hogere sanitaire eisen. “Bij een piekbelasting tijdens de speeltijd is de capaciteit van de schooltoiletten meestal ontoereikend en moeten leerlingen snel hun behoefte doen. En wie daarna naar het toilet wil, krijgt vaak te horen dat het net speeltijd is geweest. Het toiletcomfort is gemiddeld ondermaats en mensen pikken dat niet meer”, weet hij. Daarnaast is nood aan een nieuw verdienmodel met kostenreducerende systemen. Quick wins kunnen gemaakt worden dankzij hemelwaterrecuperatie en -recyclage en afvalwaterzuiverende rietvelden, duurzaam gebruik van hemelwater en grijs water voor het doorspoelen, automatische sturing die minder water verbruikt en minder geurhinder veroorzaakt, automatische en elektronische waterbesparende kranen, de contactloze en automatische spoeling van wc’s en urinoirs, ergonomische toiletten, beschermkappen tegen drinkwaterbesmetting, aantrekkelijk design zoals de Bambini-lijn voor peuters, …
“We spoelen vandaag een toilet met 4 à 4,5 i.p.v. 10 l water. Deze volumedaling is één van die makkelijke ingrepen die zichzelf snel terugverdienen. We testen nu ook in Zaventem zogenaamde hybride urinoirs die om de zoveel tijd automatisch spoelen. In appartementen staan toiletten 46 cm hoog opdat ze comfortabel zouden zijn voor ouderen; je endeldarm is ook beter gepositioneerd als je beter zit”, legt Andy uit. “De huidige systemen verslinden veel minder water dan 15 jaar geleden; maar naarmate er minder water gebruikt wordt, neemt het risico op problemen in de afvoerleidingen van scholen toe (bv. opstoppingen en vorming van urinesteen)”, signaleert Hans Leen. Liselot wijst er dan weer op dat het gezondheidsaspect nog te weinig wordt bekeken. “Zo gebruik je best een bankje om je voeten wat hoger te zetten”, geeft ze een heel eenvoudige tip mee.
“Scholen moeten meer investeren in het gebruik van hemelwater en de recyclage van afval. Bill Gates lanceerde zelfs een project waarbij uitwerpselen worden uitgedroogd en het onttrokken water via een biologisch zuiveringsproces wordt opgewaardeerd tot drinkwater”, vertelt Yves. “Onze drie rietvelden voor de universiteit werken goed”, glundert Peter. “En grijs water, licht verontreinigd huishoudelijk afvalwater, kan perfect gebruikt worden om toiletten door te spoelen. Je kan zelfs van het vuilste water drinkwater maken”, informeert Christine Van der Heyden.
“Wij trachten comfort te combineren met spaarzaam verbruik. Zo zijn onze bio-afbreekbare papieren afdroogdoekjes iets kleiner en compacter dan vroeger, maar ze zitten wel in dezelfde dispenser (waar je nog maar één vel tegelijk kan uittrekken). We compacteerden ook onze rollen toiletpapier want het transport ervan is heel duur en weinig ecologisch”, meldt Philippe.
Andy constateert dat alles wel wordt voorzien op degelijk schoolsanitair, maar dat dit als eerste sneuvelt omdat de kosten te zwaar wegen. “Een school heeft nochtans vele verharde oppervlaktes waar we voorfiltering kunnen voorzien”, zegt hij. “We hebben vaak de middelen niet om onze toiletten goed te onderhouden of ze bevatten te veel technologie, bv. te vervangen batterijen”, schat Gialt in. “Of soms blijft de stortbak lopen”, vult Véronique Langlois aan. “Net zoals bv. verwarmingsinstallaties hebben sanitaire installaties ook preventief onderhoud nodig op regelmatige tijdstippen. Dat vergat men in het verleden wel eens”, beseft Hans. Yves stipt in dit verband aan dat AGION 70 of 60% van de kost subsidieert en scholen de rest zelf moeten bijleggen. Bovendien zit veel toiletinfrastructuur onzichtbaar verborgen achter muren of onder de vloer.

Ine Vanmoortel, schooldirectrice in het BUSO De Passer Brugge
Product as a service
Kunnen concepten als ‘Product as a Service’ financieel soelaas bieden? “In het DBFM-programma Scholen van Morgen was het (dertigjarige) onderhoud (van sanitair) al vervat. Over ‘Product as a service’ hebben we echter nog niet nagedacht”, geeft Gialt toe. “De wetgeving van openbare aanbestedingen laat dat niet toe. Met Esco’s (energy service companies), die integrale energieoplossingen leveren, kan dat wel”, oppert Peter. “We gaan van eigendom naar gebruik: we kopen geen sanitair, maar de dienstverlening en de leverancier hanteert een bepaalde standaard tegen een bepaalde prijs. Maar dat kunnen we niet met dezelfde pedagogische middelen financieren. En wat als kinderen iets vernielen? Directies beslissen zelf mee welke raamcontracten centraal opgesteld worden en welke lokaal”, verklaart Yves. “Er bestaan raamcontracten voor toiletpapier e.d.., maar dat kost veel geld”, geeft Ine toe. “Raamcontracten met een totale waarborg bestaan ook in de zorg, maar daar staat inderdaad een stevige prijs tegenover”, beaamt Peter.

Peter Van Severen, gedelegeerd bestuurder Van Severen
Yves is tevens gewonnen voor een code van goede praktijk, vertrekkend vanuit verschillende scenario’s. Hans werkt samen met aannemers, architecten, installateurs en het Agentschap Zorg en Gezondheid rond de Beste Beschikbare Technieken (BBT) inzake drinkwatertechnieken en legionellabeheersing. “Daarvoor is een richtlijn ontwikkeld, bekrachtigd door een Vlaams Ministerieel Besluit, die dikwijls in bestekken staat. Zet iedereen, ook scholen, samen en kom tot een soort consensus voor een minimale standaard. Het zou goed zijn dat zo’n richtlijn door AGION wordt gepromoot”, suggereert hij. Gialt weet dat voor rolstoelgebruikers alvast zo’n handboek bestaat. “Een BBT is zeker een goeie basis om van te vertrekken. Er bestaat immers regelgeving voor van alles en nog wat, maar geen duidelijke handleiding voor sanitair. AGION hanteert alleen als norm één toilet per 15 leerlingen, maar zegt niks over de oppervlakte in m² en de hoeveelheid daglicht. Ik pleit echter voor afdwingbare oppervlaktenormen voor toiletten. De ontwerprichtlijnen voor architecten kunnen ook wat uitgediept worden”, onderkent hij. “In de zorg bestaat dit”, duidt Philippe.
Als er normen zijn, moet daar voor Yves ook wel financiering tegenover staan. “Bovendien moet je die normen ook controleren en wie gaat dat wanneer doen?”, vraagt Christine zich af. “Er zijn vele eisen die gesteld worden aan sanitaire installaties voor scholen, o.a. zuiverheid en hygiëne, veiligheidsgevoel en privacy, minimale spoelperformantie en comfort, eenvoud in onderhoud en schoonmaak (zowel preventief als curatief), klimaat en binnenomgeving (o.a. licht) en toegankelijkheid. Die moeten geïntegreerd worden”, meent Hans. “Waarom passen we niet het ARAB toe voor schoolkinderen?”, werpt Peter op, maar Stefaan stelt dat die niet gebonden zijn aan het ARAB; alleen leerkrachten vallen onder de Welzijnswet, maar die is dan weer federale materie. “Vlaanderen heeft indertijd die wetgeving meegenomen, maar had toen waarschijnlijk beter nagedacht over onze leerlingen. Misschien moeten we ons spiegelen aan de Welzijnswet voor werknemers”, raadt hij aan.